Drentsche Aa - verhalen

Nationaal Park De Drentsche Aa, een prachtig bewaarde beek

Het dal van de Drentsche Aa gebied is grotendeels gevormd door smeltwater aan het eind van de voorlaatste ijstijd, het Saalien, 200.000-130.000 jaar geleden. Grote gletsjers schoven vanuit Scandinavië over Noord-Nederland en deze vervormden het landschap. Wat achter bleef was een groot keileemplateau vol zwerfstenen, doorsneden door metersdiepe smeltwatergeulen, waaronder die van de huidige Drentsche Aa.

Nergens in Nederland vind je een beek zo compleet bewaard als de Drentsche Aa. Kronkelend haar weg zoekend door het landschap, zoals zij dat al eeuwen en eeuwen gedaan heeft. In dit uitzonderlijk gaaf gebleven landschap creëerden boeren gedurende duizenden jaren een grote rijkdom aan natuur-rijke landbouwgrond. De Drentsche Aa vormt de ruggengraat van het Nationaal beek- en esdorpenlandschap Drentsche Aa.

Geen Drentsche Aa in Drenthe

De Drentsche Aa bestaat eigenlijk niet… Nou ja, een klein stukje in Groningen heet zo. Met De Drentsche Aa wordt het hele bekensysteem bedoeld. Alle beken dragen lokaal een eigen naam. Ze zijn genoemd naar het dichtstbijzijnde dorp of veld. In Drenthe wordt een beek nooit beek genoemd maar ze heten ruimsloot, loopje, diepje, stroom, laak of aa.

Het Drentsche Aa gebied stond regelmatig op de lijst als potentieel Nationaal Park. Het gebied heeft echter binnen haar grenzen 21 dorpen en gehuchten en bestaat voor meer dan de helft uit landbouwgrond. Hierdoor was zo’n Nationaal Park in traditionele zin (voornamelijk natuurgebied) geen optie. Zo ontstond het plan voor een bijzonder Nationaal Park: het ‘Nationaal beek- en esdorpenlandschap Drentsche Aa’ dat de eigen sfeer en identiteit heeft kunnen behouden. Vanaf 2007 is deze werkwijze ‘uitgeklapt’ naar het totale Drentsche Aa gebied. Zie ook: www.drentscheaa.nl

Dankzij 21 meter hoogteverschil wil het water wel stromen. De waterscheiding aan de oostkant is de Hondsrug; aan de west- en zuidkant ligt die bij Hooghalen en Schoonloo. Het hele stroomgebied is zo’n 30.000 hectare groot.

 Klik hier voor interactieve kaart Stroomdallandschap Drentsche Aa

 

 Het Schipborgsche Diep

Verschillende takken

De Drentsche Aa verandert bij ieder dorp van naam. Ten zuiden van Oudemolen splitst de Aa zich in drie hoofdtakken: het Anreper Diep, Amer/Deurzer Diep en het Rolder/Andersche Diep. De meest westelijke beek (Anreper Diep) geldt als de oorspronkelijke hoofdstroom. Samen met het Amer Diep gaat deze als Deurzer Diep, Looner Diep en Taarlosche Diep stroomafwaarts. De oostelijke hoofdtak, het Andersche Diep, gaat als Rolder Diep en Gastersche Diep verder en vormt de op één na belangrijkste bijdrage aan de waterafvoer. Even ‘onder’ Oudemolen vernauwt het dal zich en komen de twee stromen samen tot het Oudemolensche Diep. Verderop wordt dat nog Schipborgse Diep en Westerdiep, waarna de beek nog een klein een stukje Drentsche Aa mag heten voor hij de stad Groningen bereikt.

 Loonerdiep

Veranderende beddingen

Sommige Drentsche Aa-beken hielden zich niet aan hun eigen laagte en kozen een andere route. Bij Assen, Loon, Tynaarlo en Glimmen heb je zogenaamde ‘verlaten beekdalen’. Bij Oudemolen snijdt de Drentsche Aa (‘t Oudemolenschediep dus) door de Rug van Tynaarlo. Het is te herkennen aan een smaller dal en hogere dalwanden. Bij Glimmen, Deurze, Loon en Tynaarloo is zoiets in het grijze verleden -voor er mensen woonden- ook gebeurd. Ook andere invloeden (vorming van ondergrondse zoutkoepels, inwaaiend stuifzand) veroorzaakten veranderingen in beekbeddingen.

Maar, wat er ook gebeurde met de beekloop of meanders, de Drentsche Aa voert zijn water nog immer noordwaarts, richting zee. In Groningen wordt het Drentse water afgeleverd aan het Winschoterdiep, waarlangs al het water naar de Eems en de Waddenzee afvloeit.

Contact: Provincie Drenthe

Deel dit: