Water - verhalen

Water water overal

In het Hondsruggebied kun je niet om het water heen. Het verhaal van het Hondsruggebied begint met ijs en smeltwater. Zeker vanaf zo’n 470 duizend jaar (Elsterien) geleden boetseerden ijs en (smelt-) water de Hondsrug en de andere ruggen in het gebied. Tot op de dag van vandaag is het water hier van levensbelang gebleven maar ook altijd een bedreiging geweest. De belangrijkste wateren in het Hondsruggebied zijn de Hunze, Drentsche Aa en het Zuidlaardermeer.

IJs en smeltwater

Toen het Saale landijs afsmolt in de richting van het tegenwoordige Oost-Groningen, werd het oerstroomdal van de Hunze gevormd. Het smeltwater van de ijsmassa’s stroomde door de lage zeespiegel snel in noordwestelijke richting, waardoor het water zorgde voor een diepe insnijding. Aan de oostflank van de Hondsrug ontstond een zeker 50 meter diep en kilometers breed smeltwaterdal. Het dal werd later grotendeels opgevuld door inwaaiend en inspoelend zand.

Aan het einde van de Saale ijstijd, zo’n 150 duizend jaar geleden, was de ijskap al aan het smelten toen er vanuit het noordwesten een soort ijsrivier in beweging kwam. De druk van het schuivende ijs boetseerde het Hondsruglandschap in een patroon van evenwijdige ruggen en laagten (Zie IJstijden). Vervolgens hebben grote hoeveelheden smeltwater deze geulen verder uitgediept en gevormd.

Grondwater en kwelwater

Als water de kans krijgt, zakt het zo diep mogelijk de grond in. Hoe het grondwater door de ondergrond stroomt, is afhankelijk van de geologische opbouw van de bodem. In het Hondsruggebied bevinden zich tot op een diepte van 200 meter goed doorlatende zandige lagen, afgewisseld met niet-doorlatende leem-  en kleilagen. Zodra grondwater een niet-doorlatende laag bereikt, gaat het zijwaarts afstromen. Uiteindelijk komt het als kwelwater op lager gelegen plekken weer aan de oppervlakte. Kwelwater in de bevroren ondergrond van de Saale ijstijd veroorzaakte de vele depressies die we nu nog terugvinden als Pingoruïnes.

Een pingoruïne

Water dat op de Hondsrug de grond in zakt, komt in de beekdalen onder druk weer naar boven. Hoe langer water in de grond verblijft, hoe voedselarmer en kalkrijker het kwelwater wordt. Daardoor kan lokaal dankzij de bijzondere eigenschappen van het water een bijzondere flora ontstaan. Als biologen in een beekdal plantensoorten als holpijp, dotterbloem en waterviolier zien, dan weten ze dat daar kwelwater van goede kwaliteit naar boven komt.

IJzerhoudend kwelwater

Drinkwater

Diep onder het Hondsruggebied zit een waterbel met vele honderden miljoenen kubieke meters drinkwater. Drenthe en haar buurprovincies profiteren van deze kostbare bodemschat. Jaarlijks haalt Waterleiding Maatschappij Drenthe zo’n 30 miljoen kubieke meter drinkwater uit de grond. Om lang van de kostbare grondwatervoorraad te kunnen profiteren is het belangrijk dat de kwaliteit van het grondwater wordt beschermd en dat er niet teveel water aan de bodem wordt onttrokken.

Vaarwater

In de middeleeuwen voeren Groninger schippers de bochtige en ondiepe Hunze op om in het gebied ten oosten van de Hondsrug turf op te halen. Vanaf de negentiende eeuw zorgden nieuwe kanalen voor een betere afvoer van de turf. Een deel van de turf ging via het Stadskanaal naar Groningen, het grootste deel later via de Hoogeveensche Vaart richting Meppel.

Na de Tweede Wereldoorlog werden vrijwel alle vaarwegen in het gebied voor de scheepvaart gesloten. Karakteristieke kanalen in de veenkoloniale dorpen werden zelfs gedempt. De afgelopen jaren is flink geïnvesteerd in het herstellen van enkele oude vaarwegen in het oosten van het Hondsruggebied.

Zuidlaardermeer

Levenswater

Voor de boeren van de oude Drentse esdorpen was de nabijheid van water net zo belangrijk als goed akkerland. Het lage land in het beekdal gebruikten ze als weidegrond voor het vee en om er hun wintervoorraad hooi vandaan te halen. Hoe meer weiland en hooiland hoe welvarender het dorp werd. Toen in de jaren vijftig en zestig van de vorige eeuw bijna alle andere Drentse beken ten gunste van de landbouw gekanaliseerd werden, bleef de Drentsche Aa grotendeels gespaard dank zij de enthousiaste inzet van een klein aantal mensen.

In de jaren ’90 veranderden inzichten en werd de natuurlijke loop van de beken weer meer gewaardeerd. Op allerlei plekken langs Drentsche Aa, Hunze en Runde en rond het Loodiep en Drostendiep zijn miljoenen euro’s geïnvesteerd in het herstel van de beken. Oude meanders zijn weer uitgegraven en dijkjes langs de oevers werden weggehaald om de beek de kans te geven buiten zijn oevers te treden.

Gekanaliseerde loop van het Amerdiep

Hoogwater

Het water van het Hondsruggebied stroomt naar Groningen, Meppel of naar Coevorden. Geen wonder dat men daar in het verleden regelmatig wateroverlast had. De laatste keer was in 1998 toen het Drentse water het Groninger Museum dreigde binnen te stromen…
Sindsdien is naast beekherstel ook waterberging een belangrijke doelstelling voor de aanpassing van de beken. Op grote schaal worden zogeheten klimaatbuffers aangelegd waar water tijdelijk kan worden opvangen. Ook de beekdalen van Aa, Hunze, Geeserstroom en Westerstroom fungeren als klimaatbuffers. In natte periodes kunnen ze tijdelijk miljoenen kubieke meters water opvangen.

Waterpark De Bloemert

Deel dit: