Wandelen - routes

Een eigentijdse wandeling door de schoolplaat van Schuiling

  • 7,5 km
  • 2 uur

Op deze wandeling verkennen wij het dorpslandschap van Annen aan de hand van de schoolplaat Een esch in Drenthe (1912) van de geograaf Roelof Schuiling. Deze schoolplaat van zijn geboortedorp was de eerste in een reeks van 37 Aardrijkskundige Wandplaten van Nederland. Bij de uitwerking van de wandeling bleek Schuilings handleiding bij de schoolplaat een uitstekende historische bron voor de nodige contrasten in het verhaal. Van werkdorp naar woondorp vormt het thema voor de beschrijving van 13 aandachtspunten. Deze zijn gemarkeerd door genummerde veldkeien die met hulp en inzet van de Boermarke Annen langs de route zijn uitgezet. Tevens zijn, met goedkeuring van Staatsbosbeheer, enige bankjes geplaatst.

Roelof Schuiling (1854-1936)

Roelof Schuiling was de onbetwiste grondlegger van de Nederlandse schoolaardrijkskunde. De in Annen geboren en getogen boerenzoon viel als schooljongen al op door zijn begaafdheid en kennishonger. Het grootste deel van zijn werkzame leven bracht Schuiling echter door in Deventer waar hij als leraar aan de Rijkskweekschool en het hoger middelbaar onderwijs de kost verdiende. Hier ontplooide hij zijn glanzende carrière die werd afgesloten met een opmerkelijke staat van dienst.Roelof Schuiling was een typische negentiende-eeuwer. Hij geloofde in de vooruitgang die zich toen manifesteerde door weergaloze ontwikkelingen in wetenschap en techniek. De opbloei van de aardwetenschappen volgde hij op de voet, om deze vervolgens te verwerken in zijn vele handboeken en atlassen. Zijn belangstelling ging vooral uit naar de natuurkundige aardrijkskunde. Van hem is gevleugelde uitspraak: De aard van de bodem bepaalt het landschap.

Schuilingmonument (Klaas van Slooten Grafisch ontwerp | fotografie)

Hoewel zijn stellige lijfspreuk ook kritiek uitlokte, legde Schuiling toch de basis voor de latere indeling van Nederlandse cultuurlandschappen. Zijn vele schoolplaten van Nederlandse landschappen, die hij door bekende kunstenaars liet schilderen, waren bekend bij een breed publiek en vormen nog steeds een gewild verzamelobject. Maar bovenal was hij een begaafd docent die zijn leerlingen wist te inspireren. Zijn leslokaal vormden vensters op de snel veranderende wereld en een kweekvijver voor toekomstige geografen.

De Wandeling

Van werkdorp naar woondorp vormt de rode draad van onze wandeling door Annen en zijn directe omgeving. Toen Schuiling zijn schoolplaat uitbracht in 1912 vormde Annen nog een hechte werkgemeenschap met de boermarke als kloppende hart. In de vorige eeuw is de werkgemeenschap vaak geïdealiseerd als een overdreven vorm van saamhorigheid of naoberschap. Maar in werkelijkheid was de coöperatieve houding bittere noodzaak om als dorp te overleven. Het bestaan was hard en onzeker; als er geen sprake was van een misoogst dan was het wel de diep ingrijpende landbouwcrisis na de Eerste Wereldoorlog.
In ruim 100 jaar is er veel veranderd. Van een agrarische werkdorp ontwikkelde Annen zich tot een woondorp met forenzen. Eerst geleidelijk, maar vanaf de jaren zeventig in elkaar opvolgende groeistuipen. Toch heeft het dorp daar sociaal niet onder geleden: in 2013 verwierf Annen de begeerde titel, ‘het Leukste Dorp van Drenthe’.
Aan de hand van de gemarkeerde veldkeien vertellen we het verhaal van een eeuw werken en wonen.

Routekaartje Annen (met dank aan Klaas van Slooten Grafisch ontwerp | fotografie)

Startpunt

  • De route start en eindigt bij het gedenkteken voor Roelof Schuiling op de driesprong Brink-Kruisstraat in Annen
  • 9468 CM Annen
  • Nederland

Knooppunten route

1Startpunt aan de Roelof Schuilingbrink, Annen

De kleine brink op de driesprong heette vroeger De Hoek, maar is nu als eerbetoon omgedoopt tot Roelof Schuilingbrink. Hier staat ook het Schuilingmonument, in de vorm van een lessenaar, dat aan hem is gewijd. De katheder staat binnen de contouren van het oorspronkelijke schooltje uit de eerste helft van de 19e eeuw, waarvan de hoekpunten zijn aangegeven. Op het paneel wordt het gedenkteken uitgebreid toegelicht.
Even verderop richting Zuidlaren stond vroeger een oude Linde. Hier verzamelden de boeren zich voor het gezamenlijke boerwerken, zoals het onderhoud van waterlossingen en veldwegen. Als symbool voor de nieuwe saamhorigheid werd in 1991 op dezelfde plek weer een nieuwe Linde aangeplant.

2De Grote Brink

De Drentse esdorpen werden vroeger ook wel brinkdorpen genoemd. Bijna alle esdorpen hadden één of meer brinken. Annen heeft vier brinken: de Kruisingsbrink, de Schoolbrink, De Hoek en de Grote Brink. Deze laatste, waar u nu het zicht op heeft, is een zeer jonge brink, maar wel de grootste van Drenthe! Oorspronkelijk verzamelde de scheper hier de heideschapen van de boeren om deze vervolgens naar de omringende heidevelden te drijven. Naar verhouding hadden de Annerboeren weinig heide tot hun beschikking en was de dorpskudde van een bescheiden omvang. Bij de veetelling van 1811 werden ruim 500 zogenaamde Langstaarten geregistreerd. Net genoeg voor één schaapsherder, die zijn intrek vond in het Schepershoes van de boermarke aan het eind van de Wilgendijk. De mest van het Drentse heideschaap (Langstaarten) werd eeuwenlang gebruikt om de vruchtbaarheid van de essen op peil te houden. Door de introductie van kunstmest rond 1900 waren zij niet meer nodig. In 1912, het jaar van de schoolplaat, werd de Grote Brink al beweid door de Friese schapen die in hoofdzaak dienden voor de vleesvoorziening.

3Een lesje geologie

In de tijd van Roelof Schuiling was het vakgebied aardrijkskunde nog breed georiënteerd. Hij had een duidelijke voorkeur voor de geologie. Als jongeling struinde hij de hellingen van de Hondsrug af op zoek naar bijzondere veldkeien en de fossiele ‘donderstenen’. In die tijd waren er nog vage denkbeelden over een enorme landgletsjer die een deel van. ons land zou hebben bedekt en die. de Hondsrug als grondmorene van keien en leem had achtergelaten. In zijn succesvolle loopbaan zou Schuiling de nieuwe inzichten van de ijstijdgeologie op de voet blijven volgen en verwerken in zijn vele publicaties. Ook op zijn jaarlijkse veldexcursies kreeg de geologie een prominente plek.

We staan hier op de grens van de lommerrijke Hondsrug en de uitgestrekte Hunzelaagte. Boringen, stuifmeelonderzoek in veentjes, bodemonderzoek en de veldkeienanalyse hebben inmiddels aangetoond dat de basis voor beide landschappen werd gelegd in de laatste twee ijstijden in de tijdvakken van het Saalien en het Weichselien.

4De strijd om het gemeentehuis

Als we via de Spijkersboordijk de Hondsrug weer bestijgen passeren we het gerestaureerde gebouwtje genaamd De Beuk. In deze schuur, die nu bij de Commissie Dorpsbelangen in gebruik is, werd vroeger de lijkkoets gestald die de overledene naar het kerkhof in het naburige Anloo reed. De vooroorlogse lijkkoetsen hadden een plechtige uitstraling. De zwarte koets, vaak met uitbundig houtsnijwerk, werd getrokken door twee Friese paarden met afhangende kleden met op hun hoofd pluimen en zwarte kappen om de oren. Op de bok zat de koetsier met een zwarte dwarssteek of hoge hoed. In Drenthe hadden vooral de hoofddorpen zo’n luxe lijkkoets want hier woonden de notabelen en rijke boeren. In kleinere dorpen zoals Anloo werd de in rouwkleed gehulde kist, op een eenvoudige boerenkar naar het kerkhof gereden.

Even verderop lopen we langs het gemeentehuis van de voormalige gemeente Anloo. Oorspronkelijke stond het gemeentehuis in Eext. Hier woonden de meest welvarende zandboeren die onder het toen nog heersende censuskiesrecht (alleen als je genoeg geld had mocht je stemmen) een machtige positie in de gemeenteraad bekleedden. Maar de onstuimige groei van de veenkoloniën zorgden voor een wijziging van de machtspositie in de raad. De welgestelde veenkers uit Annerveenschekanaal en Annerveen eisten nu dat het nieuwe gemeentehuis in Annen moest komen omdat zij deze dan beter en sneller konden bereiken. Volgens Schuiling illustreerde deze kwestie de strijd tussen de ‘Drenten’ en de ‘veenkers’ die in het hele Oostermoer gold: het was een botsing tussen oud en nieuw, tussen vooruitgang en traditie.

5Aan de horizon gloort de toekomst

Via de ruim opgezette Bartelaar bereiken we de Zuides en lopen op een hoge rand van de Hondsrug die naar het oosten voor Nederlandse begrippen behoorlijk afhelt naar de Hunzelaagte. Helaas wordt het bijzondere vergezicht naar het oosten belemmerd door een beplantingsstrook van de ruilverkaveling. Op deze markeringsplek laat Schuiling op de kaart in zijn handleiding aantekenen: mooi uitzicht. Op het bankje in de groenstrook kunt u weer van dat weidse uitzicht genieten. Op de schoolplaat van Annen speelt de horizon een belangrijke rol. Op de achtergrond liet Schuiling nadrukkelijk twee rokende schoorstenen van aardappelmeelfabrieken markeren, hoewel de campagne in midzomer nog niet was begonnen. Zij staan in zijn verhaal symbool voor het nieuwe van de snel innoverende veenkoloniën. Dit in tegenstelling tot het ‘traditionele’ esdorp Annen met het oeroude hunebed op de voorgrond. Hoewel de veenkoloniën bescheiden op de achtergrond zijn verbeeld, worden zij uitvoerig beschreven in de handleiding. Het gaat hier volgens Schuiling om een andere wereld waar mensen wonen met andere zeden en gewoonten en een ander, Gronings dialect.

6De Zuides

Met de dorpsuitbreidingen van de jaren zeventig en tachtig werd de Noordes van Annen opgeofferd. De Zuides werd gelukkig ontzien en is qua beleving nog even intens als voorheen. Toch is ook hier veel veranderd en met name het landbouwkundig gebruik en de verkaveling. De situatie ten tijde van de schoolplaat was nog vergelijkbaar met het kadaster van 1832. De Zuides was opgedeeld in ontginningsblokken die weer waren onderverdeeld in maar liefst 105 smalle percelen van soms maar een paar are. De meeste boeren hadden 5 à 10 percelen over de es verspreid; een situatie die ook gold voor de toen nog uitgestrekte Noordes. Door deze versnippering moest men goede afspraken maken over gebruik en toegankelijkheid. Met zogenaamde voorstenen (flinke veldkeien) werden de verschillende blokken en sommige percelen afgebakend. In feite was de es een ‘sociale ruimte’ waar regels en afspraken golden, vooral in de drukke zaai- en oogstperioden wanneer de meeste boeren aan het werk waren. Men kwam elkaar dan voortdurend tegen, moest over elkaars land en wisselden de laatste nieuwtjes en roddels uit. Soms ontstond er onenigheid over de juiste plek van een voorsteen wat meestal op het zomerfeest weer werd bijgelegd onder het genot van bier of jenever.

7De Lienstukken

Bij het oversteken van de weg naar Eext zijn we beland in het restant van een hakhoutbosje dat vroeger de Lienstukken omringde. Op dit ‘buiten-esje’ werd vroeger vlas verbouwd. De veldnaam lien verwijst naar het zaad van het vlas, dat bekend staat als lijnzaad. Bijna iedere Drentse boer verbouwde vroeger vlas. Niet in grote hoeveelheden maar in hoofdzaak voor eigen gebruik. Vlas gedijde alleen goed op zeer natte grond. De vlasakkertjes die hier zijn aangelegd hadden een gemiddelde omvang van vijf are. De bodem bestaat uit zware verweerde keileem dat slecht water doorlaat.

In de deels zelfvoorzienende boerensamenleving werd vlas geteeld voor het linnen als stof voor kleding. Pas na veel intensieve bewerkingen zoals het roten (het rotten van het vlas), het braken (het breken van de bast) en het hekelen (het splijten van de vezelbundels) konden de vezels in de wintertijd gesponnen worden tot garen. Bijna elk dorp had één of meer wevers die het garen bewerkten tot lakenstof voor de kleding van boeren, boerinnen, dagloners en werkvrouwen. Als bijproduct werd ook het lijnzaad van het vlas benut. Het werd in de deel gedorst en als lijnkoek aan het vee gevoerd. Ook werd een extract van lijnzaad als medicijn gebruikt. In totaal hadden 38 verschillende eigenaren in 1832 een perceel op de Lienstukken. Opvallend is, dat ook flink aantal Anloërs een perceel hadden in de Lienstukken. In het begin van de 20e eeuw is de eeuwenoude vlascultuur uit de dorpen verdwenen. Tegen het goedkope fabriekstextiel was de lokale, intensieve vlasteelt niet opgewassen.

8De N34: Geen gesodemieter, gewoon langs de markegrens

Bij de bushalte nabij de rotonde kijken we over het voormalige Hongerveld uit op de N 34. Zonder deze autoweg, die eind jaren 60 werd aangelegd als een snelle verbinding tussen Groningen en Emmen, zou Annen er nu heel anders hebben uitgezien. Waarschijnlijk zouden de opeenvolgende uitbreidingen op de Noordes, die nu achter ons liggen, van een bescheidener omvang zijn geweest. Opmerkelijk is dat N 34 eerder is aangelegd dan de A 28 die Groningen verbindt met de Randstad. De N 34 was oorspronkelijk bedoeld om een snelle verbinding aan te leggen tussen de industriekernen Groningen, Emmen en de Twentse textielsteden. Maar de welvaartsstijging was in de jaren zestig en zeventig in een stroomversnelling geraakt. De nieuwe ‘stadlander’ die bij voorkeur landelijk wil wonen, kan zich nu één of twee auto(‘s) permitteren. Zo werden vele bemiddelde flatbewoners uit Groningen en Assen naar de inmiddels fraai beboste Hondsrug gelokt; daar kon geen stadswijk tegenop!

In Schuilings tijd waren stad en land nog strikt gescheiden; het waren aparte leefwerelden. Als jongeling heeft hij nog meegemaakt dat het ‘werkvolk’ op het Hongerveld in de winter veldkeien gingen delven. De grotere exemplaren gingen rechtsstreek naar de dijken en de zinkstukken; de kleinere keien werden tot gruis geklopt voor de aanleg van de eerste macadamwegen. Ongetwijfeld een zware klus om in weer en wind op de open heidevlakte flinten te delven; maar het leverde wel extra verdiensten op om de winter redelijk door te komen.

9De Borghoorns

De jaren 60 vormden het definitieve keerpunt in de overgang van werkdorp naar woondorp. Zowel voor de gemeente Anloo als de Commissie Dorpsbelangen was het een enerverende tijd. De gemeente zag mogelijkheden om, met dank aan de N34, de centrumpositie van haar hoofddorp Annen te versterken, terwijl Dorpsbelangen zich sterk maakte voor het opkrikken van de voorzieningen. In dit samenspel, dat niet altijd gladjes verliep, vormde de aanleg van het zwembad De Borghoorns ongetwijfeld een hoogtepunt. Het initiatief lag bij Dorpsbelangen dat al in 1963 met het idee kwam voor een zwembad, dat immers hoorde bij de status van een hoofddorp. Een probleem was de financiering en de exploitatie die vooral op het bordje van de gemeente kwam te liggen. Maar toen de plannen voor een grote dorpsuitbreiding op de Noordes hun vorm kregen gloorde er hoop. De Commissie Dorpsbelangen wist, tegen de verwachting in, een bedrag van maar liefst f 36.000,- op te halen, dat wil zeggen een bedrag van gemiddeld f 60,- per gezin. Nog voor de realisatie van het grote uitbreidingsplan konden de Annenaren een duik in het diepe nemen en de nieuwkomers vielen met hun neus in de boter.

10De Drostenkuil

Aan de noordelijke rand van de laatste dorpsuitbreiding ’t Veld zien we de laagte van een voormalig smeltwaterdal. Iedere fietser die regelmatig langs de oostkant van Hondsrug fietst ervaart met enige regelmaat het valse plat van deze glooiingen. Het oorspronkelijke dal werd in het Laat-Weichselien, ruim 40.000 jaar geleden, onder polaire omstandigheden gevormd. In die tijd reikte het landijs niet verder dan de lijn Denemarken en Hamburg. De winterse sneeuwjachten zorgden jaarlijks voor een dik sneeuwdek dat in het voorjaar smolt en via een uitgesleten depressie werd afgevoerd naar de Hunzelaagte. In de zomer werd het ingesneden dal weer opgevuld door modderstromen van leem en veldkeien die op de bevroren ondergrond afgleden langs de dalhelling. Een paar procent afhelling was al voldoende om dit erosieproces op gang te zetten. Bij de uitmonding in de Hunzevallei werd een puinwaaier afgezet. Onder de condities van een kale poolwoestijn werden de dalen later opgevuld met ‘dekzand’ van ijzige zand- en sneeuwstormen. In zeer natte periodes maakt het overtollige regenwater nog steeds gebruik van deze voormalige smeltwaterdepressies.

11'Een esch in Drenthe'

Langs de rand van de laatste dorpsuitbreiding t’ Veld bereiken we het punt van waar de kunstschilder A.H. Gouwe het dorpslandschap van Annen in 1912 heeft vastgelegd. In een enigszins opgewonden, romantische stijl, schetst Schuiling zijn vroegere leefomgeving:

'Welk een kleurenweelde!' is de eerste indruk van wat de schilder Gouwe ons hier voorogen heeft getoverd. Een beeld van zomerpracht, beschenen door een koesterende augustuszon. De tegenstelling van golvende korenakkers, met sappige groenlanden daarachter, in de laagte en in de verte de hoge, rokende schoorstenen der moderne nijverheid. Een beeld van noeste vlijt bovendien, van wat de zwoegende landman, huizend in schamele woning, aan vrij schrale bodem weet te ontwoekeren; immers de heideplant, al prijkt ze mede in volle zomerdos, staat, als Drente’s karakterplant, terecht op de voorgrond; ze bedekt nog, trots de vele nieuwe ontginningen, vrij wat meer dan ⅓ van Drente’s zandbodem.

De tegenstelling tussen het huidige woondorp en het oorspronkelijke werkdorp kan worden verbeeld wanneer we Schuiling’s schoolplaat van 1912 vergelijken met een huidige drone-opname, vanuit hetzelfde gezichtspunt. We zien dan in één oogopslag het idyllische esdorpenlandschap van 1912, tegenover het sterk ‘verstedelijkte’ landschap van nu. Toch is het verleden niet uit het landschap verdwenen: het hunebed en het pas gerealiseerde gedenkteken van Roelof Schuiling markeren vijf millennia menselijke geschiedenis.

12Het gemankeerde hunebed

Via een sluipweggetje door de nieuwbouw bereiken we het hunebed D9 van Annen. Zonder overdrijving is dit monument op bijzondere wijze opgenomen in het moderne dorp. De integratie in het dorpsleven was zelfs zo succesvol dat het hunebed jaren achtereen als fietsenstalling werd gebruikt van de aanliggende bushalte. Aan deze vanzelfsprekende functie kwam een eind toen een recreërende westerling er een foto maakte die uiteindelijk in de krant belandde. Na veel geharrewar tussen gemeente en busmaatschappij kwam men uiteindelijk tot een oplossing met een eenvoudige fietsenrek buiten het zicht op het monument

In feite is het hunebed D 9 voor de helft geruïneerd. Van de oorspronkelijke vier dekstenen ontbreken er twee. Volgens een opmeting van de archeoloog Sake Jager is er waarschijnlijk één gebruikt voor de aankleding van de eerder genoemde Drostenkuil . Mogelijk is ook de andere gebruikt als grenssteen. Een tekening uit 1769 laat zien dat het hunebedje toen al was gehalveerd. In 1878 werd het hunebed opgemeten door de Britse megalietliefhebbers Lukis en Dryden. Kennelijk werd er ook (illegaal) gegraven want er zijn nogal wat vondsten aangetroffen die nu in het British Museum liggen. Op het oorspronkelijke schilderij van de kunstschilder A.H. Gouwe ligt hunebed D 9 verscholen in het weidse panorama met een magistrale hemelkoepel. Op verzoek van Schuiling werd het hunebed bij het maken van de litho voor de schoolplaat behoorlijk ‘opgepimpt’ om het contrast met rokende schoorstenen op de achtergrond aan te scherpen.

Bij onze terugkeer naar het Schuilingmonument komen we langs de plek waar de korenmolen van Annen heeft gestaan. Dit landmerk temidden van het dorp stond symbool voor de oude rogge-economie van het esdorp.

13Het oude esdorp

Een wandeling door de oudste kern van een esdorp is altijd een belevenis. Wie daar oog voor heeft, ziet dan hoe ingrijpend ook de historische kern is veranderd bij de overgang van werkdorp naar woondorp, hoewel het verleden in het dorpsbeeld nog steeds leesbaar is, zijn de functies volledig gekanteld; in de oude kern, eens het kloppende hart van werkdorp, wordt niet meer geboerd maar uitsluitend nog gewoond. De overgebleven boeren zijn verhuisd naar elders of hebben zich gevestigd in het buitengebied van Annen waar de Hunzelaagte de meeste ruimte bood. De schoonheid van de nog oorspronkelijke esdorpen op de Hondsrug trok in de 19e eeuw al de aandacht van internationale reisgidsen. De Parijse journalist Henry Havard werd op zijn reis door Nederland direct gegrepen door ‘die prettige dorpen van Drenthe!’, want zij waren het, die de beste landschapschilders van 13 de oude Hollandsche school hunne ingevingen hebben geschonken’. Op zijn tochten langs ‘de welvarende gehuchten’ werd ook zijn romantisch gemoed heftig geprikkeld door ‘hunne schilderachtige en bevallige voorkomen en onopgesmukte schoonheid’. Eén van de bekende kunstenaars die in Annen actief is geweest is de vermaarde behangschilder Egbert van Drielst. Eind 18e eeuw heeft hij van de boerderij Zandvoort op Schoolstraat 5 twee fraaie schetsen gemaakt. Tot in de jaren 80 vormde de boerderij één van de meest oorspronkelijke boerderijen van het dorp. Helaas was er geen geld voor een ingrijpende restauratie en werd het monument in spe vervangen door een nieuwe boerderij die qua vorm overeenkwam met het oude pand.

Deel dit: